Vakantie tussen de Harz en de Noordzee

Tussen de Eems en de Elbe ligt de deelstaat Nedersaksen, een regio vol landschappelijke contrasten en mooie steden. Nedersaksen is de enige Duitse deelstaat die zowel zee als ook bergen heeft. In het noorden ligt de Noordzee met het schouwspel van eb en vloed. In het zuiden heb je de Harz, het noordelijkste middengebergte van Duitsland. Een heerlijk gebied om te wandelen, mountainbiken en 's winters te skiën. De Waddenzee is één van de UNESCO werelderfgoed locaties en is zeker een bezoekje waard. Ook kun je in Nedersaksen een hoop plezier beleven in één van de talrijke pretparken. Wie niet alles in één enkele vakantie voor elkaar krijgt, moet gewoon nog eens terugkomen!

De vakantiemogelijkheden zijn in Nedersaksen ongekend gevarieerd, zo kun je hier: watersporten, fietsen, wandelen, paardrijden, golfen en genieten in de wellness. Nedersaksen beschikt met de Noordzeekust en de zeven Oost-Friese eilanden over de langste zeekust van Duitsland. Daarbij komen het Weserbergland en de grote meren Dümmer, Steinhuder Meer, Zwischenahner Meer en de rivieren. Nedersaksen heeft echter ook 13.000 kilometer aan fietspaden te bieden evenals prachtige vergezichten over ongerepte natuur die met de benenwagen kan worden ontdekt.

Laat je betoveren tijdens een culinaire reis door de tijd naar Nedersaksische steden. Bewonder de vakwerkhuizen in Celle of Goslar. Geniet van de maritieme charme van Emden of Stade. In Nedersaksen vind je meteen twee werelderfgoed locaties vlak bij elkaar, in Hildesheim het romaanse bouwkunst met de Mariëndom en de St.-Michaelis-Kirche en in Goslar de middeleeuwse stadskern en de ertsmijn Rammelsberg met het watermanagementsysteem van de Opper-Harz.

Celle: Schilderachtige vakwerkstad en pratende lantaarns
Is het een sprookje of toch een stad? Als je door Celle wandelt, komt die vraag zeker bij je op. Een schitterende oude binnenstad met honderden vakwerkhuizen, een kasteel waarvan de stijl het midden houdt tussen renaissance en barok, en dat allemaal op een aantrekkelijke plek aan het riviertje de Aller aan de zuidelijke rand van de Lüneburger Heide. Mooier kan haast niet.
De Stadtkirche en het oude raadhuis behoren tot de oudste bouwwerken van de stad en zijn als het ware eilanden in een zee van vakwerkgebouwen uit verschillende eeuwen, waaronder de synagoge van Celle en het Hoppener Haus uit 1532, een met overdadig houtsnijwerk versierd huis met een puntgevel dat wel zes etages telt. Er tegenover staat een verrassende groep praatgrage lantaarns, de figuren met ingebouwde lampen staan elk voor een bepaald type karakter. De lantaarns reageren op bewegingen en beginnen dan te praten – afzonderlijk of met elkaar. Ze vertellen feitjes, anekdoten, grappige spreuken of sketches die van tevoren zijn opgenomen. Logisch dus dat bezoekers hier zelf wel eens met hun mond vol tanden staan.

Herzogschloss Celle
Eveneens in de binnenstad staat het Herzogschloss, het belangrijkste bouwwerk van de stad, waarvan de oudste gedeelten uit de 13e eeuw zijn. Vanaf 1530 werd er een renaissancekasteel van gemaakt, in de tweede helft van de 17e eeuw werd er nog meer aan verbouwd, waarna het kasteel zijn barokke uiterlijk kreeg dat tot op heden bewaard is gebleven. Tegenwoordig wordt de schitterende residentie gebruikt door het Schlosstheater, dat al sinds 1671 bestaat, en het Residenzmuseum. Aan de glorietijden van de stad herinnert ook de Stechbahn, het voormalige toernooiterrein, waar in de late middeleeuwen ridderspelen werden gehouden. Tijdens zo'n toernooi kwam in 1471 hertog Otto II om het leven. Hij viel op een ongelukkige manier van zijn paard en overleefde het niet. In het wegdek voor de Löwenapotheke is een hoefijzer aangebracht dat de inwoners tot op de dag van vandaag aan die tragische gebeurentis herinnert. Maar in Celle hebben ze niets tegen paarden, in tegendeel, ze zijn er gek op. Tijdens de Hengstparade, die elk jaar in september plaatsvindt, zorgt de stoeterij van de deelstaat Nedersaksen ervoor dat de vakwerkstad in één groot festivalterrein voor paarden en ruiters verandert.

Kunstmuseum Celle
Net zo uniek als de oude binnenstad is het Kunstmuseum Celle. Kunstmuseum Celle is een 24-uurs-museum dat niet alleen overdag, maar zeker ook 's nachts weet te boeien. Overdag wordt er schilderkunst, grafische kunst, beeldhouwkunst en licht- en objectkunst uit de 20e eeuw tentoongesteld, waaronder vele multipels van Joseph Beuys. Maar ook 's nachts wordt de kunst in de verf gezet. Als een kristal dat van binnen in vele kleuren wordt verlicht, straalt het glazen foyer. Licht- en geluidsinstallaties zorgen ervoor dat de grens tussen kunst en ruimte, tussen het gebouw en de stedelijke omgeving vervaagt.

Osnabrück
Osnabrück heeft zijn plaats in de geschiedenis vooral gevonden als stad van de Vrede van Westfalen. Maar Osnabrück is veel meer, het is een ongelooflijk afwisselende stad, die je vanuit verschillende gezichtspunten keer op keer opnieuw kunt ontdekken. Bijvoorbeeld als stad van genieters, die haar bezoekers verwent met hoogstaande kookkunst en regionale specialiteiten.

Omdat Osnabrück vrijwel volledig buiten de Dertigjarige Oorlog is gebleven, kozen de afgematte oorlogspartijen deze oude stad samen met het vlakbij gelegen Münster als plaats om vrede te sluiten. In het laatgotische raadhuis, dat in 1512 werd voltooid, herinnert de Vredeszaal met 42 portretten van gezanten op het vredescongres en heersers uit die tijd aan de onderhandelingen die hier werden gevoerd. Op de bovenste etage is een maquette te zien van de stad in 1633 en herinnert de tentoonstelling 'Zerstörung und Aufbau' aan een andere oorlog. Hier is de wederopbouw van Osnabrück na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog gedocumenteerd.

Dat bij zowel verleden als het heden in Osnabrück absoluut niet verloren is gegaan, merk je waar je ook gaat of staat: winkelen, muziek, cabaret, markten, festivals en evenementen staan eveneens bovenaan op de agenda. De wisselende tentoonstellingen over moderne kunst in de Kunsthalle Dominikanerkirche staan zowel nationaal als internationaal hoog in aanzien. En in de prachtige omgeving van het natuur- en geopark TERRA.vita, dat deel uitmaakt van het parkennetwerk van de UNESCO, bevinden zich tal van locaties die beslist een uitstapje waard zijn. Een bewijs te meer dat Osnabrück lang niet alleen leeft van herinneringen, maar ook in het hier en nu.